Kwetsbare man

Deze column verscheen eerder in LINDA.

De man werd steeds kwetsbaarder. Ik werd eraan herinnerd bij een vijf wekelijkse kluscursus. Ik had me ervoor opgegeven om te leren boren. 
De vijf medecursisten bleken van mijn leeftijd. De oudste, Ronald, een blonde, veertigjarige beursbelegger en huisjesmelker ineen, met kleine handen, was net als ik gekomen voor het boren, dan kon hij zelf de problemen van zijn huurders oplossen. Een antropologe vertelde dat ze bezig was met haar proefschrift en dat ze tijdens de vele inzinkingen dacht: ‘En klussen kan ik óók al niet!’ Een manegehoudster in een fleecevest vond het een dijenkletser en zei dat ze altijd nog aan stand-up comedy kon denken.  
De docent, een bijna gepensioneerde beroepsofficier, hield van doordenkhumor. Het vermoeden daarvan begon toen hij lachend zei dat hij een rand ‘strak ging afkitten’ en werd bevestigd toen hij bij verschillende soorten plugs zei dat de maat er vaak niet toe deed. ‘Dat weten jullie ook, hè dames.’
Daarna begon hij te boren. In zijn zwarte, strakke T-shirt zagen we zijn gespierde bovenarmen. 
Ronald had een vraag. ‘Hoe krijg je een plug uit je muur?’
De manegehoudster: ‘Snap je het nu nóg niet?’
Een grapje. 
Ronald zei: ‘Ik ben niet op deze cursus om belachelijk gemaakt te worden.’ 
We grinnikten, maar aan de kleur van zijn gezicht en de trilling in zijn wangen, een trilling die je normaal in de kin ziet bij iemand die het huilen probeert tegen te houden, zag ik dat het menens was. Ik vroeg me af hoe Ronald zich staande hield op de beursvloer. 
De docent schonk er geen aandacht aan, we moesten oefenen met boren. 
We duwden onze klopboor tegelijkertijd de oefenmuur in. Er ontstond een oorverdovend lawaai, een lawaai dat alleen te verdragen is als je het zelf produceert. 
In mijn linkerooghoek zag ik Ronald op de manegehoudster aflopen. Ik stopte, zocht een plug uit op de tafel achter me, en concentreerde me om boven het geluid van vier klopboren te horen wat hij zei. 
Ronald riep: ‘Wat jij net zei vond ik niet tof!’ Hij hield gespeeld nonchalant een schroevendraaier in zijn kleine rechterhand. 
De manegehoudster, 1 meter 57, riep: ‘Wat zeg je?’
Ronald, nu harder: ‘Wat jij zei vond ik niet tof!’
Iedereen was inmiddels gestopt met boren, zogenaamd om het resultaat te bekijken, in werkelijkheid om niks van dit theater te missen. We zaten op de eerste rij.
‘O, jéétje!’ reageerde ze. ‘Nou, sorry hoor. Dat is mijn gevoel voor humor.’
‘Ja, nee, prima,’ zei Ronald. ‘Maar niet bij mij. Oké?’
‘Joh, prima.’ 
De docent deed alsof hij in zijn werkboek keek, lachend. Zoiets had hij in het leger vast nog nooit gezien. 
Omdat er een hoosbui was voorspeld, beloofde de manegehoudster me thuis te brengen. Ze gooide mijn fiets achterin haar auto en knoopte vliegensvlug een paar touwen aan het frame. Toen we met open klep het terrein afreden, vroeg ik: ‘Kreeg jij net op je kop?’
Ze zuchtte. ‘Weet je dat ik denk dat hij hiervoor een cursus assertiviteit heeft gedaan? Daar leer je grensbewaking.’ 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *