Alleen met vakantie

Ik ging in mijn eentje een week naar Palermo. Het was de opdracht van een vriendin: alleen met vakantie. Exposure therapy. Ze vindt dat ik te bang in het leven sta. De vriendin in kwestie is Siciliaans en durft bijna alles. Na acht jaar in Nederland te hebben gewoond, is ze in haar eentje naar Engeland geëmigreerd, alsof het niets is. 
Het enige van alleen op reis gaan waar ik tegenop zag, was het idee van iedere avond alleen in een restaurant eten. Daarom ging ik nooit. 
‘Wij vertellen niemand,’ zei ze toen ik daadwerkelijk had geboekt.
Ik zei dat ik niet wist hoe ik het tegen mijn vader moest vertellen.
‘Ook hem vertellen we niet.’
Vier dagen voor vertrek vertelde ik het hem pas. Hij reageerde er bijzonder kalm op, het was bijna een belediging.

In het vliegtuig kwam ik erachter dat ik mijn rijbewijs op tafel had laten liggen. Tijdens mijn tussenstop in Rome belde ik Sunny Cars. 
‘Dat is niet erg,’ zei de vrouw. ‘Dan zet ik hem op naam van de bijrijder.’
Ik zei dat er geen bijrijder was. 
‘O,’ zei ze. ‘Dan heb ik slecht nieuws, ze gaan je die auto echt niet meegeven.’   
Ik probeerde het als een teken van boven te zien. 

Om de hoek van mijn B&B was een pleintje met meerdere restaurants. Toen ik om acht uur in de avond arriveerde, moest ik direct mijn angst onder ogen zien: alleen uiteten. Ik deed alsof ik iemand aan de telefoon had en ijsbeerde langs de restaurants om te kijken waar ik me prettig zou voelen. Alle Italianen hadden het door, ze gebaarden allemaal dat ik bij hun restaurant moest komen eten. 
Toen ik er eenmaal willekeurig een had gekozen en aan tafel zat, was de angst voorbij. Ik zat. Niemand keek. Ik at spaghetti vongole en dronk een glas rode wijn. Op rechts zaten twee Russische vriendinnen, ze hadden de slappe lach en ik benijdde ze niet eens. 
De volgende dag liep ik 25 minuten naar een lunchzaak met 4,9 sterren op Google -langs een stuk snelweg waar het niet de bedoeling was om te lopen, te merken aan het getoeter van voorbijrazende auto’s- maar het restaurant bleek dicht. Ik vroeg me af na hoeveel dagen ik mezelf ging vergeven dat ik mijn rijbewijs had vergeten. Ik googelde een nieuw restaurant, een aan het water, opnieuw dertig minuten lopen, en belde om te vragen of ze ook echt open waren. 
‘The B&B or the restaurant?’ vroeg de eigenaar. 
Ik zei te willen lunchen. 
‘Uhm, sure,’ antwoordde hij. ‘How many persons?’ 
‘One.’
‘One? Okay.’
Ik had direct spijt. Waarschijnlijk was hij dicht, besloot hij door mijn telefoontje toch open te gaan, hoorde toen pas dat ik in mijn eentje zou komen, en had ook spijt. Iedereen spijt. 
Opnieuw bellen om te zeggen dat ik niet meer kwam durfde ik niet, dus liep ik door en probeerde me niet te schamen. 
Ik was de enige gast. De eigenaar herkende me als de persoon aan de telefoon, wees naar het enorme, onoverdekte terras en maakte een grapje dat er nog maar een paar tafels vrij waren. 
‘Am I the only person?’ vroeg ik. 
‘No worries,’ antwoordde hij.
Ik besloot buiten te gaan zitten met mijn gezicht naar de zee en de zon. Het was 26 graden. De golven klotsten tegen de rotsen. 
Hij zei: ‘The sea is…’
‘Wild,’ vulde ik in. ‘Angry,’ zei hij tegelijkertijd. Ik vroeg me af wat die woorden over ons zeiden. 
We vonden elkaar in onze visie over het coronabeleid. We hadden betere ideeën dan onze leiders. Hij vroeg of ik hier was voor werk. Ik zei van niet. Daarna vroeg hij niet verder. Hij bracht een groot bord pasta en een Birra Moretti. Ondanks de lege, ongedekte tafels om me heen voelde ik me op mijn gemak. Hij ook: hij zei zijn zaak het komende uur te sluiten om een dutje te doen. Hij ging naast me liggen op een bedje in een zwembroek. Ik las de hele middag essays van Nora Ephron, het was alsof ik er met een vriendin zat. 
Rond vijf uur werd de idylle verbroken. Er kwam een man binnen met vijf vrouwen, ze bestelden allemaal een Aperol Spritz. Ik rekende af. 
De eigenaar vroeg hoe ik thuis kwam. Lopend, zei ik. 
Hij floot naar de man tussen de vrouwen, Alessandro, een vriend van hem. Hij ging me thuisbrengen. Alessandro vond het een normaal verzoek. In acht minuten was ik thuis. Hij zei in gebrekkig Engels me morgen te willen halen voor het strand in Mondello, want waar ik zat was niet zo mooi als bij het strand van zijn B&B. Ik vroeg hoeveel hij ervoor wilde hebben. 
‘No!’ reageerde hij, bijna als een kind. ‘No money.’
Ik belde mijn Siciliaanse vriendin om te vragen of deze gastvrijheid normaal was.
‘Sì,’ zei ze. ‘In Italië wij zorgen een beetje voor elkaar. Het is geen kritiek Stefi, maar in Nederland het is te goed geregeld.’
De volgende dag kwam Alessandro me halen en bracht me naar zijn B&B aan het strand. Hij gaf me de code van het hek, zodat ik altijd van het strand kon terugkeren en douchen op een kamer die vandaag nog vrij was, hij gaf me een bedje en een parasol mee zodat ik geen ‘tourist price’ hoefde te betalen en zei hij dat ik hem moest appen wanneer ik naar huis wilde. 
Vanaf mijn bedje aan de warme, heldere zee belde ik mijn vriendin om te vragen of dit nog steeds normaal was. 
‘Is hij een beetje lekker?’ vroeg ze.
‘Hij is 60,’ zei ik.
‘O! Misschien hij vindt jou een beetje zielig.’
Aan de andere kant van de lijn klonk het geluid van een sirene, haar lach.

Het was maar goed dat ik mezelf niet zielig vond, want ik kreeg berichten die het laatste zetje richting sneuheid hadden kunnen geven. Op Instagram reageerde een oud-studiegenoot op een vakantiefoto: ‘Wat heerlijk daar! Met wie ben je?’ 
Ik antwoordde dat ik alleen was. 
‘Wat megastoer!!! Ik ben trots op jou.’ 
Ik dacht aan een vriend die laatst in zijn eentje naar de Alpen ging. Zouden zijn vrienden hem ook hebben geappt dat hij superstoer was? Een vriendin appte hetzelfde toen ik zei dat ik alleen was: ‘Meen je niet!! Wat stoer van je! Ik ben trots!’ Daarachteraan twee emoticons met hartjesogen. Ik ken trots alleen als het ook op mezelf afstraalt. Ik ben trots als ik een vriendin aan mensen voorstel en iedereen haar leuk vindt. Ik ben trots als een vriendin een goede column heeft geschreven en ik kan zeggen dat ik haar ken. Ik voel geen trots als een vriendin in haar eentje aan zee ligt. 

Het alleen eten was alleen de eerste avond een drempel geweest. Zelfs toen ik de tweede avond in het midden van het restaurant werd gezet, als een soort theaterstuk voor de stelletjes om me heen, had ik de concentratie om een boek te lezen. Op de derde avond kreeg ik van een oudere man, die met zijn verveelde vrouw aan tafel zat, een vaderlijke duim toen hij me alleen zag zitten en me gulzig van een glas rode wijn zag drinken. Ik denk niet dat hij me zielig vond, ik denk dat hij ook op het punt stond om alleen te reizen. 
Ik kreeg veel en vaak hulp. Ook toen ik op klaarlichte dag op een verlaten perron stond en ik de enige man op het perron -die nota bene aan het bellen was- duidelijk maakte dat ik mijn kaartje was vergeten te stempelen. Hij gebaarde me het kaartje te geven, rende de trap af, rende onder de grond naar de overkant, de trap op naar het achterste deel van het perron -nog steeds bellend- waar hij mijn kaartje in de machine duwde en weer met dezelfde snelheid terug rende naar mij. In Nederland zouden we naar de machine aan de overkant wijzen. 
Op een van de middagen dat ik naar Mondello ging, nam ik een verkeerde bus terug naar huis. (Ik had me thuis laten ophalen door Alessandro, maar vermoedde dat de regel van ‘bezoek en vis blijven drie dagen fris’ ook voor halen en brengen gold). Daardoor stond ik ergens in een rustige woonwijk met nog maar 1% batterij, bij een bushalte zonder tijden op het bord. Ik kreeg een licht gevoel van paniek. Ik wist dat ik altijd ergens kon aanbellen als ik een taxi nodig had, maar ik wist ook dat ik dat pas zou doen als ik echte paniek had. Waardoor ik die lichte paniek kreeg. 
Naast me reed een man de oprit af. Ik vroeg hoe laat de bus arriveerde. Hij lachte en zei dat je dat nooit wist op Sicilië. Hij keek op zijn telefoon, zei dat mijn B&B helaas niet op zijn route lag, om verderop in de straat te stoppen en te roepen: ‘Come! I drop you!’ 
Toen ik dit verhaal later aan twee tennisgenoten zou vertellen, zeiden ze dat ze nooit bij een vreemde man in een auto zouden stappen, het kon een psychopaat zijn. Zelfs mijn vader was niet op dit verhaal aangeslagen, misschien omdat hij begrijpt dat de kans dat je zelf je psychopaat uitkiest op klaarlichte dag, in een stad waar 700.000 mensen wonen, nihil is. 
Ik belde mijn Siciliaanse vriendin. Ze hoorde aan mijn stem dat ik gelukkig was, ik vertelde haar hoe dankbaar ik was voor de lift naar huis. Hij had me zelfs uitgenodigd om naar zijn afstudeerborrel te komen diezelfde avond. Ze zei: ‘Goed Stefi, je hebt jouw missie accomplished om jezelf een beetje kwetsbaar te laten zien. Jij bent niet alleen in deze wereld.’
Er was slechts één man van wie ik hulp had afgeslagen. Hij had me verteld waar ik een kaartje voor de bus kon kopen. In de bus. Daarna had hij op de stoel naast hem geklopt, als teken dat ik daar mocht zitten. Ik bleef staan. Hij was naar eigen zeggen de Italiaanse Tony Robbins. Of ik, in de paar minuten die we hadden, terug wilde gaan naar een vervelende jeugdherinnering, dan kon hij daar een analyse op los laten. Toen ben ik van schrik in die woonwijk uitgestapt. 

Wie zich ook over me ontfermde, was de vader van mijn B&B: Lorenzo. Lorenzo was 74, gepensioneerd farmaceut, en de hele dag in de weer met een riek in de tuin met zwembad. Hij kwam me iedere ochtend bij het ontbijt groeten met zijn lage, zware stem: ‘Ciao Stephanie.’ Daarna stak hij lachend zijn elleboog naar me toe die ik aanraakte met de mijne. Dat was ons ritueel. Door onze beperkte communicatie schoten we steeds in de lach. Bij mijn vertrek later die week heeft hij me geknuffeld en gekust zoals mijn vader dat ook doet: de smak half op de wang, half op het oor, waardoor je zo’n pijnlijk schel geluid hoort. We hielden veel van elkaar. 
De eigenaar van een restaurant waar ik drie keer at, in de zestig, spierwit haar, lief gezicht, omhelsde me ook al zo stevig toen ik zei dat het mijn laatste dag was en pakte mijn gezicht met twee handen vast om me een kus op mijn wang te geven. Ook met hem had ik geen woord gesproken, alleen gelachen uit ongemak. Er was een moment waarop ik dacht: op deze manier telt alleen reizen niet, ik ken hier te veel mensen. 
Het ging me buitengewoon goed af, alleen met vakantie. Ik ondervond vijf voordelen:
1. Je kunt drie keer achterelkaar bij hetzelfde restaurant eten, omdat je drie keer dezelfde pasta wilt bestellen en niemand die tegensputtert.
2. Er is niemand die direct na het hoofdgerecht zegt: ‘Zullen we gaan?’
3. Het hele dorp staat klaar om je te helpen.
4. Je leest aanzienlijk meer dan normaal.
5. Je hebt geen irritaties, hooguit herinneringen aan irritaties.

Ooit ging ik met mijn ex een week naar Toscane. We werden nergens geholpen. Soms wilde iemand me helpen, maar zodra ze hem zagen stopte de hulp onmiddellijk. Hij had een heel vervelend hoofd, ik viel toen nog op karakter. Zijn gezicht werkte als een rode lap op een stier. Toen kwam het echt allemaal op onszelf aan. Of beter gezegd op mij, want hij was iemand die problemen het liefst vanaf de zijlijn bekeek terwijl hij vloekte hoe slecht ik dingen had geregeld. Zo heb ik die vakantie de Italiaanse hotelreceptionist met de hand op mijn hart moeten vragen of we de overboeking van 1300 euro in Nederland konden voltooien, omdat mijn creditcard door een misverstand geblokkeerd was, mijn ex (toen al 26 en werkend) geen creditcard had (net als geen rijbewijs), en we allebei niet genoeg geld op onze bankrekening hadden staan. Vanuit een fauteuil in de lobby prevelde hij hoe dom hij me vond, terwijl ik naar een Italiaan keek die bijna moest huilen, te zien aan zijn onderlip, omdat hij zijn baas niet te pakken kreeg. Uiteindelijk kwam het goed met de overboeking, de receptionist belde me twee dagen later om me duizendmaal te bedanken, waarna er applaus klonk op de achtergrond van zijn collega’s.

Twee dagen voor vertrek arriveerde er een Vlaams stel in mijn B&B. Omdat ik vier bier in mijn ijskast had en ik er nog maar twee dagen zou zijn, bood ik ze direct bij aankomst een biertje aan. Ze kwamen uit West-Vlaanderen en waren moeilijk te verstaan. De man was erg direct. Hij had gedacht dat ik gretig op zoek was naar gezelschap, hij had zelfs gedacht dat ik de host was van de B&B, zo happig vond hij mijn benadering. Dat zijn vriendin hem tegen zijn borst sloeg, benadrukte zijn directheid. 
Ik zei dat ik bier over had, meer moest hij er niet achter zoeken, en zei dat ik me opperbest vermaakte. 
Was ik alleen aan het reizen? 
‘Ja,’ zei ik. ‘Je bent de eerste hier die dat vraagt.’
‘Is dat dan speciaal ofzo?’ vroeg hij. 
‘De meeste mensen vinden het wel speciaal, ja.’ Ik zei dit niet met trots, ik herhaalde slechts wat iedereen ervan leek te vinden. 
Hij vond er niks speciaals aan. Misschien vonden alleen vrouwen dat, dacht ik. 
De volgende ochtend vroeg het stel of het een leuk idee was om in de avond samen een aperitiefke te drinken.
‘Ik red dat niet,’ zei ik. Ik had geen zin om me aan te passen. Zoiets gaat heel snel. 
Toen zei hij: ‘Alleen reizen, ‘kmoest daar nog nie aan denken, é.’

________________

Leesplezier gehad? Leuk als je daar iets voor over hebt.
Maak niet uit wat!

Lees hier waarom ik een doneerknop heb.
Lees hier meer over mijn ex.

6 thoughts on “Alleen met vakantie

  1. Helen says:

    Heerlijk om zo af en toe alleen met vakantie te gaan, helemaal als je een grote familie hebt met kinderen, vriendjes, aangetrouwd spul en nu het eerste kleinkind, die dus altijd meewillen! Heel gelukkig en blij dat ze dat nog steeds willen, maar hoe heerlijk is het om dan, zeker naar Italië, een week alleen (nooit eenzaam hè!) te kunnen zijn. Je hebt me geinspireerd en mijn eerst volgende trip (God mag weten wanneer dat gaat lukken?) is naar deze plek. Salute!

    Beantwoorden
    1. Stephanie Hoogenberk says:

      Dat is nog eens leuk om te lezen! Er is ook een hele lijst met tips van Anthony Bourdain als je naar Palermo gaat, lijkt me echt iets voor jou. Als je andere tips nodig hebt, weet je me te vinden. Ciao!

      Beantwoorden
  2. Simone says:

    Hahah toen voel je nog op karakter?. Waren perfecte minuten om te doen alsof ik aan ‘t werk was. I love Palermo. I love reizen en alleen reizen. I love wat jij allemaal uit je toetsenbord rammelt. Op naar je volgende materiaal! Ik heb d’r alweer zin in ?.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *