Wolwas

Zaterdagmiddag kocht ik in een breiwinkel in de Cornelis Schuytstraat een nieuwe sjaal. Vorig jaar had ik in diezelfde winkel een grote, grijze wollen sjaal gekocht, maar die had ik, gelukkig wel pas aan het eind van de winter, te heet gewassen. Hij kwam eruit als een stuk vilt. De ietwat nuffige mevrouw zei toen dat ze hem volgende winter weer binnen kreeg.

Dat was nu. Ze had alle kleuren, behalve de grijze die ik juist zocht. ‘Wat is er met je sjaal gebeurd?’, vroeg ze. ‘Op 40 graden gewassen’, zei ik.

Ze keek me met grote ogen van top tot teen aan. ‘Je moet nooit iets op 40 graden wassen! Niks van wat jij nu aan hebt mag op 40 graden! 30 graden is écht de max.’

Ik wilde per se grijs. Dat stond het best bij mijn camelkleurige met felroze winterjas. ‘Alleen deze heb ik in grijs, die is van Alpaca-wol gemaakt’. Ze toonde me een zacht, wollig en fluffy exemplaar. ‘Is Alpaca niet een babylamaatje?’ vroeg ik, ‘dat heb ik ooit bij Jort Kelder gezien’. ‘Correct, dat is heel zacht spul van de babylama.’

Ik zei dat ik het duur vond, maar dat er niks anders op zat. ‘Denk maar aan Jort’, zei ze terwijl ze hem inpakte.

‘En verwas hem niet, want we gaan met pensioen’.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *